Lestijd: 5 minuten
Vanaf 12 augustus 2026 vereist de PPWR dat producenten die verpakte goederen verkopen in EU-landen waar zij geen rechtspersoon hebben, een lokale gemachtigde vertegenwoordiger (AR) aanstellen in elk van die landen. Die vertegenwoordiger registreert de producent in het nationale producentenregister, verzorgt de EPR-rapportage (UPV) en voldoet namens hen aan de financiële verplichtingen op die markt.
Voor een producent die verkoopt in vijf EU-landen zonder er een lokaal kantoor te hebben, betekent dit vijf afzonderlijke AR-contracten, vijf reeksen vergoedingen en vijf parallelle rapportageverplichtingen. Schaal je dit uit naar alle grote EU-markten, dan kan de verplichting oplopen tot 26 nationale aanstellingen. De versnippering die deze complexiteit veroorzaakt, is hetzelfde probleem dat een sectorcoalitie de Commissie recentelijk heeft verzocht aan te pakken via een digitaal EU-breed platform voor EPR-registratie en -rapportage.
In december 2025 stelde de Europese Commissie voor om deze verplichting voor in de EU gevestigde producenten op te schorten tot 2035. Dat voorstel wordt momenteel behandeld in het Europees Parlement, en het parlementslid dat de beoordeling leidt wil het aanzienlijk aanscherpen en inperken.
Het voorstel van de Commissie
Het voorstel van de Commissie, COM(2025) 982, zou artikel 45, lid 3, van de PPWR (Regulation (EU) 2025/40) opschorten tot 1 januari 2035. Gedurende die periode zouden in de EU gevestigde producenten niet verplicht zijn om een nationale AR aan te stellen in markten waar zij niet gevestigd zijn. Zij zouden ervoor kunnen kiezen om dat vrijwillig te doen, maar de verplichting zou komen te vervallen.
Voor producenten die buiten de EU gevestigd zijn, gaf het oorspronkelijke voorstel elke lidstaat de mogelijkheid om alternatieve verificatiemethoden te accepteren in plaats van een formele AR-aanstelling te eisen.
Wat de rapporteur van het Europees Parlement in plaats daarvan heeft voorgesteld
Op 28 mei 2026 publiceerde Ingeborg Ter Laak, het lid van het Europees Parlement dat de behandeling van dit voorstel binnen de Milieucommissie (ENVI) leidt, haar ontwerpverslag (ENVI_PR(2026)788916) met zestien amendementen. Haar standpunt hervormt het voorstel van de Commissie op vier punten.
1. De opschorting zou alleen gelden voor micro- en kleine ondernemingen
De meest ingrijpende wijziging beperkt de opschorting tot producenten die voldoen aan de EU-definitie van een micro-onderneming of kleine onderneming volgens Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie:
- Micro-ondernemingen: minder dan 10 werknemers, jaaromzet of balanstotaal van maximaal € 2 miljoen
- Kleine ondernemingen: minder dan 50 werknemers, jaaromzet of balanstotaal van maximaal € 10 miljoen
Middelgrote bedrijven (tot 250 werknemers, tot € 50 miljoen omzet) en grote ondernemingen zouden de verplichte AR-vereiste volledig behouden. De redenering van het Europarlementslid is praktisch: grotere bedrijven beschikken al over compliance-teams en juridische middelen. Het zijn juist de kleine en micro-ondernemingen die daadwerkelijk moeite hebben om meerdere nationale aanstellingen tegelijk te beheren.
2. De opschorting zou eindigen zodra de Wet inzake de circulaire economie van kracht wordt
Het ontwerp voegt een vervalbepaling (sunset clause) toe: de opschorting eindigt op de datum die het eerst komt, 1 januari 2035 óf de datum waarop de Wet inzake de circulaire economie (Circular Economy Act / CEA) van kracht wordt.
De Wet inzake de circulaire economie is een belangrijk stuk EU-milieuwetgeving dat de Commissie momenteel voorbereidt. Het ontwerp van het Europarlementslid koppelt het einde van de AR-opschorting specifiek aan het moment waarop de CEA officieel als wet wordt aangenomen, en niet aan het moment waarop de regels in de praktijk van toepassing worden. In EU-wetgeving zit er doorgaans een periode van één of twee jaar tussen het aannemen van een wet en het daadwerkelijk van kracht worden van de bepalingen. Dit betekent dat het tijdsbestek voor de opschorting in feite korter kan zijn dan de einddatum van 2035 suggereert: als de CEA in bijvoorbeeld 2029 wet wordt, zou de AR-opschorting op dat moment kunnen eindigen, zelfs als de inhoudelijke regels van de CEA pas in 2031 van toepassing worden.
De Commissie heeft aangegeven dat zij van plan is het CEA-voorstel in het derde kwartaal van 2026 te presenteren, waarbij een volledige goedkeuring niet eerder wordt verwacht dan op zijn vroegst 2028-2029. Producenten die hun compliance-structuur voor 2028 inrichten op het uitgangspunt dat de opschorting geldt, moeten rekening houden met deze onzekerheid.
3. Niet-EU-producenten: geen verandering
Het ontwerp van het Europarlementslid schrapt de bepaling die lidstaten de mogelijkheid zou hebben gegeven om alternatieve verificatiemethoden te accepteren voor producenten die buiten de EU gevestigd zijn. Voor elke producent die buiten de EU gevestigd is en verpakte goederen verkoopt op de Europese interne markt, blijft de verplichte AR-vereiste onder de PPWR exact zoals deze is.
De omvang van het bedrijf maakt hierin geen verschil. De redenering van het Europarlementslid: producenten die buiten de EU gevestigd zijn vallen buiten het bereik van EU-handhavingsmechanismen, en een met naam genoemde, lokaal aansprakelijke vertegenwoordiger is de enige praktische manier om hen aan hun verplichtingen te houden.
4. De opschorting dekt alleen de AR-aanstelling, niet de onderliggende EPR-verplichtingen
Een aanvullend amendement maakt duidelijk dat het opheffen van de AR-verplichting geen van de andere producentenverplichtingen opheft. Een micro-onderneming die geen nationale AR aanstelt, kan dat niet gebruiken als reden om de registratie bij een producentenverantwoordelijkheidsorganisatie (PRO) – de collectieve regeling die de inzameling en recycling van verpakkingsafval in elk land beheert – over te slaan of om afdracht van EPR-vergoedingen te ontwijken. Elke PPWR-producentenverplichting blijft van kracht. Alleen de vereiste om een vertegenwoordiger aan te stellen wordt opgeschort.
Wat dit voor u betekent
Als u een kleine of micro-onderneming bent die in de EU is gevestigd
U bent de beoogde bevoordeelde van de opschorting. Als de verordening wordt aangenomen zoals het Europarlementslid voorstelt, bent u niet verplicht om nationale AR’s aan te stellen in landen waar u verkoopt maar niet gevestigd bent. U zou dit nog steeds vrijwillig kunnen doen. De verlichting geldt totdat de Wet inzake de circulaire economie van kracht wordt of tot 1 januari 2035, afhankelijk van wat het eerst komt.
Als u een middelgrote of grote onderneming bent die in de EU is gevestigd
De opschorting zoals voorgesteld door het Europarlementslid is niet op u van toepassing. Uw AR-verplichtingen onder de PPWR blijven verplicht vanaf 12 augustus 2026. Niets in het ontwerp verandert uw planning voor die datum.
Als u een niet-EU-producent bent
De verplichte AR-vereiste blijft volledig van toepassing in elke lidstaat waar u verpakkingen of verpakte producten beschikbaar stelt. Handel op basis van de huidige wetgeving.
Wat u nu moet doen
Het ontwerpverslag is het individuele standpunt van het Europarlementslid. Het moet nog een commissiestemming doorlopen, mogelijk een standpunt van de Raad, en onderhandelingen tussen het Parlement en de Raad voordat iets definitief is. De PPWR wordt van toepassing op 12 augustus 2026. Als de opschorting niet formeel wordt aangenomen vóór die datum, geldt de AR-verplichting vanaf dag één volledig, ongeacht wat er daarna gebeurt.
Als u een micro- of kleine in de EU gevestigde producent bent: Bouw bestaande AR-regelingen nog niet af. Houd de stemming in de ENVI-commissie in de gaten en controleer in de tussentijd bij uw nationale PRO of deze rechtstreekse vrijwillige registratie accepteert zonder een formeel AR-mandaat.
Als u een middelgrote of grote in de EU gevestigde producent bent: Houd rekening met volledige AR-naleving vanaf 12 augustus 2026. Uw AR-contracten moeten zijn ondertekend, uw mandaten geregeld en uw registratiedossiers bij elk nationaal producentenregister moeten volledig zijn vóór de toepassingsdatum.
Als u een niet-EU-producent bent: Ga ervan uit dat de huidige wetgeving volledig van toepassing is. Stel AR’s aan in elke markt waar u verpakte goederen verkoopt.
Voor iedereen: de Wet inzake de circulaire economie is nu het dossier dat hoogstwaarschijnlijk de langetermijntoekomst van de AR-vereiste zal bepalen. Het volgen van de voortgang daarvan is de meest effectieve manier om vooruit te plannen.
Hoe PAQR kan helpen
Ongeacht hoe de kwestie rondom de gemachtigde vertegenwoordiger wordt opgelost, moeten producenten nog steeds exact weten welke verpakkingen zij op de markt hebben gebracht, in welke hoeveelheden en formaten, in elk land. Die data voedt uw jaarlijkse EPR-rapportage, en het is uw verantwoordelijkheid om deze gestructureerd en nauwkeurig te hebben.
PAQR biedt u een centrale werkomgeving om uw verpakkingsdata te organiseren per formaat en markt, zodat wanneer de jaarlijkse EPR-rapportage nauwkeurige hoeveelheden en categorieën vereist, de informatie klaar staat. Lees meer op paqr.com/nl/ppwr-oplossing.
Klik op “Probeer nu gratis” op paqr.com om een gratis proefperiode te starten:

